Dat de maand april niet het beste weer heeft gebracht, heeft iedereen vast wel gemerkt. Maar toen ik twee weken geleden in een sneeuwbui in de Ardennen stond, had ik echt niet het gevoel dat de lente al was begonnen. Het enige wat zomers aan mij was, was een deel van mijn outfit, al was dat dan weer net niet gewenst. Het erge was ook nog dat ik nog niet aan het fietsen was, maar stond te wachten voordat ik mocht vertrekken bij mijn eerste endurowedstrijd. Klein detail: ik stond wel al 1,5 uur in de sneeuw, ‘race ready’…

Die ochtend had ik namelijk besloten om voor de variatie maar een keer een endurowedstrijd te rijden. Normaal moet je hier vooraf voor inschrijven, maar met veel geluk maakten ze een uitzondering voor mij en zo kon ik toch nog bijschrijven. Weliswaar met een speciaal gemaakt stuurbordje, oftewel een dubbelgevouwen papiertje met een beetje plakband, maar dat mocht de pret niet drukken.

In mijn onervarenheid was ik wel al gelijk naar de start van de eerste special gefietst, bang dat ik anders misschien te laat zou kunnen komen. Een heel speciale ervaring om tussen honderden mountainbikers relaxt te starten. Heel anders dan bij de XCO, waarbij het vanaf de eerste klim gelijk volle bak gaat. Ook niet heel vreemd als de tijd omhoog toch niet meegeteld wordt… Alleen wel een beetje jammer, heb ik gemerkt, want ik heb de hele dag toch echt meer deelnemers ingehaald op de verbindingsstukken tussen de specials dan tijdens de afdalingen.

Waar ik dus mijn eerste rekenfout als groentje had gemaakt, was dat er nog 273 mountainbikers voor mij moesten starten met allemaal een time gap van 15 seconden… Ik kan je met zekerheid vertellen dat ik halverwege al omgetoverd was tot een bevroren lollystokje op een fiets. Mijn bodyprotector heeft me in het eerste uur meer beschermd tegen de kou dan tegen vallen, maar zelfs de full-face helm kon mijn oren niet lang warm houden. Laat staan dat ik veel had aan de zomerhandschoentjes die ik inmiddels allang verfoeide, omdat ze vreemd genoeg niet bestand waren tegen de kou. Blijkbaar was ik die ochtend niet helder genoeg geweest om een goede winterhandschoen aan te doen.

Door de sneeuw was het parkoers ondertussen ook een glibberig modderfestijn geworden, en dat was geen goede combinatie met de bevroren tenen en handen. Gelukkig is er op dat moment de zwaartekracht, het voordeel was dat bijna de hele eerste special naar beneden ging en dat was ook het enige wat ik nog een beetje kon. Beneden heb ik mijn handen vooruitgestoken en mijn voeten even omhooggehouden, zodat mijn moeder me kon voorzien van een paar warme handschoenen en sokken en met het lichte zonnetje dat tevoorschijn kwam, was ik klaar voor de volgende stages. Gelukkig hoefde ik bij de resterende stages niet meer te wachten. Een afdaling gelijk al zo hard mogelijk in gaan, is zeker niet mijn sterkste punt en ik miste het stiekem ook wel om hard omhoog te mogen rijden. Maar zo’n dagje enduro was wel erg leuk om te doen.